MBTZ Logo

Jubileumtoespraak

20 jaar vereniging Zaans Industrieel Erfgoed

Met Stoom Nr. 40 - December 2001

Door Marie-Louise Tiesinga

Op zaterdag 13 oktober werd, tijdens de Algemene Ledenvergadering van de vereniging Zaans Industrieel Erfgoed in de Batavia in Wormer, herdacht dat het dat jaar twintig jaar geleden was dat de vereniging werd opgericht. Aan erelid en mede–oprichter Marie Louise Tiesinga, die van 1981 tot 1988 de eerste voorzitter van de vereniging was, werd gevraagd wat te vertellen over de achtergronden van de oprichting indertijd en de eerste vaak moeilijke jaren, toen het behoud van industrieel erfgoed nog niet zo'n vanzelfsprekende zaak was als tegenwoordig.
Zij begon haar verhaal met uit te spreken dat ze blij en vereerd was met deze uitnodiging, die haar de gelegenheid bood een korte terugblik te werpen op de periode waarin zij voorzitter en mede-kwartiermaker van onze vereniging was geweest. Na deze inleiding luidde haar tekst als volgt:

Het begon zo...
 

Heden, de zeven en twintigste maart negentienhonderdťťnentachtig, verscheen voor mij , Meester Jan Hieronymus Zegers, notaris ter standplaats Zaandam, gemeente Zaanstad:
Mevrouw Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina Ria Regina Tiesinga-Autsema, manager wonende te Zaandijk, te dezer handelend voor zich en als gevolmachtigde van:

  • de heer Ir. Ernst Bruno van Gelder, vennootschapsdirekteur, wonende te Zaandijk
  • de heer Sikke de Jong, bouwkundige, wonende te Zaandam
  • de heer drs. Jurjen Kingma, huisarts, wonende te Uden
  • de heer Klaas Kok, ingenieur, wonende te Zaandijk
  • de heer dr. Eppo Hendrik Meursing, hoofd laboratorium, wonende te Wormer
  • de heer Bernardus Franciscus Maria de Roode, gemeenteambtenaar, wonende te Wormer
  • de heer drs. Gustaaf Heinrich Louis Tiesinga, stichtingsdirecteur, wonende te Zaandijk
De comparanten verklaarde, dat de bovenstaande personen bij deze akte oprichten de vereniging:
VERENIGING TOT BEHOUD VAN MONUMENTEN VAN BEDRIJF EN TECHNIEK ZAANSTREEK.
 

In 1979 werd op initiatief van Guus Tiesinga uit Zaandijk en Jur Kingma uit Wormer de Werkgroep IndustriŽle Archeologie Zaanstreek opgericht. Beiden realiseerden daarmee een in hun studententijd geboren voornemen, dat voortkwam uit driftig filosoferen over het rijke verleden van de Zaanstreek en de voortschrijdende afbraak in de laatste decennia. In het oudste industriegebied van Nederland - sommigen zeggen zelfs van West Europa - werd veel gesloopt en belangrijke industrieŽn verdwenen een voor een.

Verpakking in blik werd verpakking in karton. Zo verdween Verblifa. De overgang van steenkool naar aardgas betekende het einde van een markant bouwsel in onze omgeving: de gasfabriek. Zaad en olie werden meer en meer in landen van herkomst verwerkt: fabrieken als De Tijd van Wessanen, Palmex van Croklaan, Duyvis met aardnoten en soja in Koog aan de Zaan, Het Hart en De Zwaan, leveranciers van lijnzaad, maar ook De Vrede in Westknollendam, de grootste lijnzaadverwerkende industrie van Europa - zij werden er alle stuk voor stuk de dupe van. En de gebouwen volgden, of leidden een verwaarloosd en verkommerd bestaan.

De Werkgroep IndustriŽle Archeologie Zaanstreek trachtte toen via de media belangstelling voor het onderwerp te wekken. En dat lukte. De Vereniging tot Behoud van Monumenten van Bedrijf en Techniek Zaanstreek, de eerste regionale behoudsorganisatie op dit gebied in Nederland, werd aansluitend op 18 februari 1981 opgericht als reactie op eerder geschetste afbraak, met als ongeŽvenaard dieptepunt de desastreuze aantasting van Nederlands fraaiste fabriekswand - de unieke Zaanwand te Wormer - door de sloop van de panden De Unie en De Hoop in 1978.

Een regionale behoudsvereniging dus. Natuurlijk, in principe tot behoud, maar anderzijds ook een vereniging met een realistische kijk op de werkelijkheid van vandaag. Als behoud van het object niet mogelijk was - en daarop stuitten wij meer dan ons lief was in die tijd van te weinig geld voor teveel dingen - dan kozen wij voor behoud van kennis. Behoud dus in fysieke zin of behoud van kennis over al die objecten of processen die op uiteenlopende wijze een ‘monument’ vormen van leefwijzen, productiestelsels, opslag-, transport- en distributiewijzen uit het verre of nabije verleden: de gedenktekens van de werkende mens, de monumenten van bedrijf en techniek.

In de oorspronkelijke opzet en in ‘mijn tijd’ was de vereniging opgedeeld in vier secties: Gebouwen, Productietechnieken, Leven en Werken, en Documentatie. De leden konden hier al naar gelang hun belangstelling aan deelnemen. Gezamenlijk werd het eerste project ter hand genomen, het onderzoek naar de geschiedenis van de gesloopte Van Gelder Papierfabrieken te Wormer.

Al snel bleek echter dat de secties niet alle dezelfde hoeveelheid werk aan een project hadden. Productietechnieken startte toen al snel een onderzoek naar de oliezaadverwerkende industrie. De ervaring leerde echter dat het beter is te werken met ad hoc groepen, waarin verschillende disciplines zijn vertegenwoordigd. Dat is dan ook de wijze waarop nu door de vereniging wordt gewerkt.

De vereniging functioneerde toen direct heel redelijk. We deden daarvan regelmatig verslag in onze ‘Nieuwsbrief’, die drie keer per jaar verscheen. Maar het bleef een vrijwilligers≠organisatie van mensen met veelal een baan en op zijn minst ook nog een aantal andere hobby's. Tijd was dus een schaars product en met onze ongeveer 60 leden hadden we een voortdurend gebrek aan menskracht. We hadden gelukkig ook een flink aantal bedrijfsleden, waarvan de contributiegelden zoden aan de dijk zetten!

Buiten genoemd onderzoek naar het leven en werken bij Van Gelder Papier in Wormer hebben we in die tijd een documentaire film gemaakt over de constructie, de werking, het functioneren en de geschiedenis van de Hembrug. We brachten, nadat onze actie tot behoud van de Hembrug niet had mogen baten, met behulp van Zaanse industrieŽn en particulieren het zgn. ‘Hembrugmonument’ tot stand op het nieuwe Stationsplein te Zaandam, een staalconstructie bestaande uit een deel van de loopas van de oorspronkelijke brug met acht loopwielen. Als herinnering aan wat eens de grootste draaibrug was van Europa en als hulde aan de bijzondere betekenis die deze verbinding heeft gehad voor het leven en werken van de mensen in deze streek.

  De Hembrug  
  Deze foto is gebruikt op de uitnodiging voor de opening van de ‘Hembrugtentoonstelling’ in 1983.
Foto: F.C Wellington Graham die tevens de maker is van de Hembrug film.
 

Verder zorgde Guus Tiesinga voor het verschijnen van en facsimileherdruk van het boek ‘De Zaansche Handel en Nijverheid’, dat oorspronkelijk in 1911 verscheen en dat in de vorm van een momentopname een overzicht geeft van de grote bedrijfsgebouwen van het laatste kwart van de vorige en het begin van deze eeuw, zoals die in dat jaar in de Zaanstreek te vinden waren. [De spreekster liet weten dat het materiaal van deze herdruk nog beschikbaar is en deed de suggestie om bij het 25 jarig jubileum van de vereniging dit inmiddels al jaren uitverkochte boek opnieuw te doen uitgeven].

Wanneer monumenten van bedrijf en techniek in hun bestaan werden bedreigd, vervulde de vereniging - vaak ook samen met collega-verenigingen - een brandweerfunctie. Zo slaagde MBTZ erin het voormalige ijspakhuis van de fa. Dil aan de Hoogstraat 10 te Koog aan de Zaan voorlopig op de provinciale monumentenlijst te krijgen. Het betrof hier een redelijk gaaf bewaard gewapend betonnen gebouw van een zeldzaam type uit 1910. Dat het gebouw vervolgens toch door toedoen van de voorzitter van een collega-vereniging illegaal gesloopt werd, omdat deze daar belang bij had, is een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de monumentenbescherming. Dat mag nog wel eens gezegd worden.

  Dit is wat er overbleef van het ijspakhuis nadat de illegale sloop was stilgelegd, het gebouw bleek toen al niet meer te redden. De foto geeft goed de dubbelwandige en dus goed isolerende constructie weer, die noodzakelijk was voor het bewaren van het ijs voor de verzending van vis van de fa. Dil.
Foto Henk van 't Loo
Het ijspakhuis  

Gelukkig kan het ook anders gezien het voorbeeld van een dergelijke aanvraag die onze vereniging indiende met betrekking tot cacaofabriek Boon te Wormerveer, een in architectonisch opzicht eveneens belangrijk gebouw in Art Deco stijl en een vroeg voorbeeld van architectuur≠opvattingen in de eerste decennia van de vorige eeuw. Nadat het lange tijd in deplorabele staat heeft verkeerd, wordt het thans prachtig gerestaureerd. En zo zijn er gelukkig meer voorbeelden te noemen.
Voor haar werkzaamheden ontving de vereniging MBTZ in 1984 een van de Cultuurprijzen van de gemeente Zaanstad, de ‘Prijs van Bijzondere Waardering’, hetgeen we als een eer en een geweldige stimulans hebben ervaren.

Documentatie, het in woord en beeld vasteggen van al datgene wat van belang is op industrieelarcheologisch gebied in de Zaanstreek was en is dus een belangrijke taak van de vereniging. Niets maakt een vereniging als de onze dan ook blijer dan schenkingen op dit gebied, zowel als het gaat om voorwerpen, als om bedrijfsarchieven en andere documenten. Gelukkig werd daarbij meer en meer aan onze vereniging gedacht. Het is erg arbeidsintensief werk en daarom waren wij indertijd ook blij met de samenwerking met de ‘Stichting Gilde Zaanstreek’, die - in ruil voor werkruimte en faciliteiten - voor ons verrichtte. Dat was omstreeks 1986. Hoe lang die samenwerking heeft geduurd of er nog is, is mij eigenlijk ontgaan.

De vereniging beschikte weliswaar over een eigen kantoor- en archiefruimte in Koog aan de Zaan, maar er was dringend behoefte aan een ruimte voor opslag van de verzamelde voorwerpen, een ruimte waar onze leden ook konden ‘sleutelen’. Niet iedereen houdt van ‘papierwerk’. Te vaak moesten wij toen machines en andere voorwerpen die men ons wilde schenken, weigeren. Een probleem dat nog steeds actueel is. We kunnen daarvoor ook niet in het eerste beste gebouw gaan zitten. Een voor ons doel geschikt gebouw moet een brede toegang en een stevige fundering hebben. Reden waarom eerder geschikte pakhuizen en een fort zijn afgevallen. We hebben toen nog even gehoopt op ruimte in de op de provinciale monumentenlijst geplaatste watertoren in Westzaan, maar ook die hoop was snel vervlogen. Toch zal er wat moeten gebeuren.

Het meest ideale plekje vonden wij toen al de Zaanse Schans. Wij waren van mening dat daar een Industrieel Archeologisch Museum Zaanstreek zou moeten verrijzen, een idee dat overigens al in 1978 door mijn echtgenoot in de gemeenteraad van Zaanstad na een motie was geopperd. Met onze collectie wilden wij daar de basis voor leggen. Er is nu een museum in de Zaanstreek gekomen. Gelukkig, al is het niet geworden wat wij er ons van voorstelden. Er is overigens nog steeds geen echt industrieel archeologisch museum in Nederland.

Dames en heren, in de meer dan 25 jaar die ik in allerlei besturen heb gefunctioneerd, heb ik altijd de leuze ‘er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan’ in de praktijk gebracht. Dat is gezond voor een organisatie. In 1987 heb ik het voorzitterschap met een gerust hart overgedragen aan Albert Heeris, maar op afstand ben ik jullie werkzaamheden uiteraard wel blijven volgen via publicaties zoals de Nieuwsbrief en later ‘Met Stoom’. Landelijk ben ik tot een paar jaar geleden actief gebleven in de Monumentenzorg als lid van de Raad voor het Cultuurbeheer en voorzitter van de Rijkscommissie van de Musea. Landelijk is er gelukkig het afgelopen decennium ook politiek meer aandacht gekomen voor Jonge Monumenten.

De overheid voelt nu voor het behoud van industrieel erfgoed een belangrijke verantwoordelijkheid. Enkele provincies en gemeenten dragen bij aan het museaal behoud of hergebruik van monumenten van bedrijf en techniek, maar ze worden zelden door de lagere overheden als monument beschermd. De Rijksoverheid, het ministerie van O, C en W en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, onderkennen het belang van dit industrieel erfgoed. Sinds het begin van de jaren negentig wordt industrieel erfgoed van nationaal belang beschermd in het kader van het ‘Monumenten Selectie Project’ (MSP) en het ‘Monumenten Registratie Project’ (MRP). Per 1 januari 1997 nam de ‘Rijksdienst voor de Monumentenzorg’ RDMZ verantwoordelijkheid voor het gebouwde industrieel erfgoed op zich met de instelling van het ‘CoŲrdinatiepunt Industrieel Erfgoed’, coŲrdinator drs. P. Nijhof.

De belangrijkste aandacht voor het industrieel erfgoed komt van de enige tientallen particuliere organisaties, die zich inzetten voor inventarisatie, documentatie, bescherming, behoud en hergebruik van monumenten van bedrijf en techniek. Sommige organisaties houden zich landelijk met ťťn bedrijfstak bezig (textiel, steen- en pannenbakkerijen), andere richten zich landelijk op technische of historische objecten. Het talrijkst zijn de organisaties die werkzaam zijn in een bepaalde stad of streek.

Een andere categorie wordt gevormd door organisaties die zich op het behoud/beheer van ťťn object richten, waaronder zich opvallend veel gemalen bevinden. Tenslotte is er een groeiend aantal wetenschappelijk georiŽnteerde werkgroepen verbonden aan universiteiten en hogescholen. Nu hebben meer dan 60 particuliere organisaties zich vanaf 1984 verenigd in de huidige ‘Stichting Federatie Industrieel Erfgoed Nederland’, afgekort FIEN.

Eind 2000 heeft de opening plaatsgevonden van het ‘Centrum voor Industrieel en Mobiel Erfgoed’ in Amsterdam. Hierin zijn de bureaus van Federatie Industrieel Erfgoed Nederland (FIEN), de Federatie Oud Nederlandse Vaartuigen (FNOV), die ook het nationale register Varende Monumenten beheert, en de Stichting Service- en Adviesbureau Industrieel Erfgoed Nederland (STABIEN). Het centrum vervult de centrale loketfunctie voor iedereen die zich bezighoudt met industrieel erfgoed.

En al die aandacht komt omdat er zich zoveel mensen - net zoals u en ik de afgelopen 20 jaar - voor hebben ingezet. Als ik een glas had zou ik daarop toasten! Ik vind het nogmaals bijzonder aangenaam vandaag als erelid in uw midden te zijn. Ik ben daar trots op. Ik wens de vereniging MBTZ, nu Zaans Industrieel Erfgoed heel veel succes toe en hoop van harte ook het 25-jarig bestaan mee te maken.

  Marie Louise Tiesinga  
  Met bloemen en het ter gelegenheid van het 20 jarig jubileum zojuist verschenen boek ‘100 jaar Zaanstreek’ dankte voorzitter Knijnenberg het erelid Marie Louise Tiesinga voor haar bijdrage aan de ledenvergadering.  

Tijdens de rondvraag aan het einde van deze ledenvergadering liet Marie Louise Tiesinga blijken dat de industriŽle archeologie in de Zaanstreek - hoewel ze er niet meer woont - haar nog steeds ter harte gaat. Zo maakte zij een opmerking over de deplorabele staat van onderhoud waarin het Hembrugmonument verkeert en vroeg zich in dat verband af of er mogelijk niet nog eens een beroep gedaan kon worden op een Zaans (bedrijfs)lid voor een straal- en verfbeurtje. Daarna nam zij het initiatief tot het opstellen van een persbericht en een motie, waarin de leden hun zorg uitspreken over het verdwijnen van het Verkademuseum uit de Zaanstreek. De motie werd ter bespreking aan de gemeenteraden van Zaanstad en Wormer gestuurd en ter info aan het Dagblad voor de Zaanstreek.

  Valid HTML 4.01 Transitional