Plintje en een nieuw behangetje ?

Restauratie van Dorpsstraat 377 in Wormer

In de Dorpsstraat van Wormer wordt de voormalige bakkerij van Woud gerestaureerd. Samen met Gerrit van Assema, directeur en restaurateur van bouwbedrijf Somass uit Wormer loop ik door dit monumentale pand. Van Assema meent het serieus: "In vergelijking tot andere restauraties is dit er een van het type plintje en nieuw behangetje". Als betrekkelijke leek kijk je echter toch heel anders aan tegen dit project. Het pand dateert van omstreeks 1816 en is opgebouwd uit elementen die waarschijnlijk uit oudere panden afkomstig zijn. Bovendien heeft er in 1942 een brand gewoed. De sporen van die brand zijn nog duidelijk aanwezig. Er zijn nog een groot aantal elementen van de oude bakkerij aanwezig. De oude bakkersoven wordt in het interieur opgenomen en de voormalige winkel wordt studeerkamer.

Door Cees Kingma - December 2004

Een foto van de Dorpsstraat ten oosten van de R.K. Kerk. Rechts het woonhuis van gemeentesecretaris J.N.H.Schippers, later werd het de burgemeesterswoning van Burgemeester Loggers en Burgemeester Kooiman, meer naar links, het vooruitstekende houten huis is van bakkerij W.Woud en later bewoont door de dames Woud.
Deze foto is waarschijnlijk gemaakt vlak na het dempen van de wegsloot in 1914.

De voormalige bakkerij van Woud

Het oostelijke deel van Dorpsstraat in Wormer is een van de best bewaarde voorbeelden van de lintdorpen in de Zaanstreek. De dorpen in de Zaanstreek zijn van oorsprong allemaal lintdorpen. De wegsloten, die de dorpen een pittoresk karakter gaven, zijn in de meeste gevallen gedempt. Door de toenemende bevolking zijn zijstraten en nieuwbouwwijken bijgebouwd waardoor het karakter van de dorpen vaak niet meer te herkennen is.
Door het vaststellen van een rooilijn werd de bebouwing in de loop der tijd verder van de weg gesitueerd. Dit pand, in het oostelijke deel van Wormer, staat echter direct aan de weg en geeft een goed beeld hoe de lintbebouwing er ooit heeft uitgezien.

Het huis met de stenen voorgevel, houten zij- en achtergevels en met het pannendak is een veel voorkomend type in de Zaanstreek geweest. In het verleden zijn veel van dit soort panden door sloop verloren gegaan. Op 4 juni 2002 werd ook voor dit pand een sloopvergunning aangevraagd. De laatste telg uit het bakkersgeslacht Woud was kort daarvoor overleden en het pand werd overgedragen aan de erfgenamen van de familie Woud.

Het pand in 2004, net voor de restauratie. De linker- en rechterzijgevel met daar tussenin een detail van de vroegere winkeldeur.

Er is dan al uitgebreid onderzoek gedaan naar de voorgeschiedenis van het pand en de historische waarde. Uit dit onderzoek is op dat moment o.a. naar voren gekomen "dat het pand niet in aanmerking komt voor Rijksbescherming, maar dat het zeker van cultuurhistorisch belang is en in principe de status van gemeentelijk monument verdient". Een gemeentelijke monumentenlijst is echter in 2002 vooralsnog niet opgesteld, waardoor in dat kader een vergunning tot sloop niet kan worden tegengehouden.

De gemeente Wormerland erkende het belang van het pand voor de lokale geschiedenis en zocht naar manieren om de eigenaar te motiveren het pand te behouden. Daartoe heeft de gemeente de eigenaar aangeboden bij te dragen in de onderhoudskosten. Bovendien heeft de gemeente de toezegging gedaan het pand de status van gemeentelijk monument te verlenen, waardoor de kansen om subsidie te verkrijgen aanzienlijk werden vergroot. De nieuwe eigenaars stelden zich echter op het standpunt dat zij zelf slechts in beperkte mate bereid waren om geld te steken in het behoud van het pand. Zij beschouwden het aanbod van de gemeente als onvoldoende.

Ondertussen had het “Meldpunt bedreigde panden” van de Vereniging Vrienden van het Zaanse Huis contact opgenomen met de diverse partijen. Dit resulteerde o.a. in een “bouwhistorische verkenning” en een aanbeveling aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg om dit pand alsnog de beschermde status van rijksmonument te geven.

Deze nieuwe ontwikkelingen maakte het voor de erfgenamen noodzakelijk zich te oriŽnteren op restauratie van het pand i.p.v. sloop. Er werd kontakt opgenomen met diverse architecten en aannemers. Uiteindelijk werd besloten dat architect Han van Leeuwen uit Koog aan de Zaan het restauratieplan mocht opstellen.
Bouwbedrijf Somass werd gevraagd een begroting op te stellen voor die restauratie en een eventuele verbouwing om het pand aan te passen aan de eisen voor een modern wooncomfort. Bovendien verleende Somass hulp bij de aanvraag voor een monumentenvergunning voor de restauratie en verbouwing van het pand.

Op 5 mei 2004 meldde het Noordhollands Dagblad:

Een van oudste Zaanse bakkers gered van sloop

WORMER - Het pand Dorpsstraat 377 in Wormer is definitief gered. De oude bakkerij is op de Rijksmonumentenlijst geplaatst.

De Rijksdienst voor de Monumentenzorg schrijft in haar waardering voor het pand:

De voormalige beschuitbakkerij is van cultuurhistorisch belang vanwege de zeldzaamheid van de inpandige oven en waterput. Daarnaast is de indeling van het pand vanuit architectuurhistorisch oogpunt waardevol.

Het pand is zeldzaam vanwege de structuur winkel-woning-bakkerij, de inpandige beschuitoven en de waterput. Bovendien is geen vergelijkbare situatie beschermd.

Helaas lieten de erfgenamen het, nadat de diverse procedures waren afgewerkt, afweten en boden zij het pand te koop aan. Gerrit van Assema, directeur van Somass, was inmiddels zo bij het pand betrokken geraakt dat hij vrijwel onmiddellijk besloot dit pand te kopen. In de winter van 2004/2005 is hij, samen met een aantal collega's van z'n bouwbedrijf druk bezig de voor hun oorspronkelijke klant bedachte restauratie uit te voeren.

Een bouwhistorische verkenning

Op 1 augustus 2002 heeft er een gesprek plaats gevonden tussen de eigenaren van het pand, leden van "Vereniging Vrienden van het Zaanse Huis", een wethouder van de gemeente Wormerland en een vertegenwoordiger van Gebouwenbeheer/Monumentenzorg. Dit gesprek vond plaats naar aanleiding van publicaties in o.a. het Noordhollands Dagblad en de bezwaren tegen de aanvraag van de sloopvergunning van het historische pand.
Afgesproken werd dat de Vereniging Vrienden van het Zaanse Huis een nadere expertise zou uitvoeren met als doel het bouwjaar van vermoedelijk 1816 definitief vast te stellen. Deze bouwhistorische verkenning is uitgevoerd op zaterdag 24 augustus 2002. Het pand is ingemeten en er zijn foto's van het exterieur en interieur genomen. Hieronder volgen enkele bevindingen uit dat rapport.

Een detail van de voorgevel.
De ondergevel in de voorgevel is van baksteen, rood met rondom de kozijnen gele stenen. De gevel is in halfsteensverband gemetseld met een gesneden voeg. De plint is gestucadoord. In de onderpui bevinden zich drie 6-ruits schuifraamkozijnen met getoogde bovendorpel en ťťn deurkozijn met glasdeur en bovenraam.
De topgevel is staand hout in de vorm van een tuitgevel met op zolder een 6-ruits schuifraamkozijn en op de vliering een 2-ruits raamkozijn. De lijsten in de tuitgevel zijn geprofileerd. De raamvormen zijn uit het eerste kwart van de 19e eeuw.

De rechterzijgevel is van breed rabathout. Er zijn sporen van een gemetselde doorgaande voeting onder het rabathout. In deze zijgevel bevinden zich vijf 6-ruits schuifraamkozijnen met vlakke bovendorpel en ťťn deurkozijn met een opgeklampte deur en bovenraam. De raamvormen zijn uit de eerste kwart van de 19e eeuw.

Aan de linkerzijgevel bevindt zich een aanluif met een lessenaarsdak. De aanluif heeft rondom getrapte wegen met grote opgeklampte deuren aan de voorkant. De linker zijgevel van de woning is een getrapte weeg op vermoedelijk een doorgaande voeting. De getrapte weeg is aan de binnenzijde van de aanluif nog zichtbaar en ter hoogte van het wurmt geschroeid door de brand van 15 augustus 1942 aan de linkerkant van de woning. De getrapte weeg van de woning is recentelijk vernieuwd.

De achtergevel is een getrapte weeg, vanaf de voeting tot aan de nok. In de achtergevel bevinden zich drie 4-ruits raamkozijnen en drie 6-ruits raamkozijnen. De windveren zijn eenvoudig van vorm, zonder profilering. Aan de achtergevel bevind zich een gedeelte van de aanluif, ook een getrapte weeg met opgeklampte deur. De raamvormen zijn uit het laatste kwart van de 19e eeuw.

Het dak is gedekt met rode Oud Hollandse dakpannen, handvormmodel.

Aan de hand van de nog aanwezige toognagels kan worden vastgesteld dat de oorspronkelijk korbelen zijn verwijderd.
De opmeting van de oven.
De forse afmetingen van de oven maken dat deze na de restauratie een prominente plaats zal innemen in het woongedeelte van het pand.

Het pand is te onderscheiden in een woon/winkelgedeelte en een bakkerijgedeelte. In het woon/winkelgedeelte bevinden zich de voor- en achterkamer, een latere slaapkamer, een trap naar de zolder en de winkel met daaronder een keldertje.
In het bakkerijgedeelte bevinden zich de gemetselde gasoven, een latere keuken, opslag/werkruimtes en een waterput. Het bakkerijgedeelte is van een jongere datum dan het woon/winkelgedeelte. In het woon/winkelgedeelte bevinden zich plafondbalken, jukbalken met een afmeting van 155x275 mm. met de sporen van een tussenstijl, korbelen en toognagels. De onderzijde van de jukbalken is schuin geprofileerd tot voorbij de toognagels van de korbelen. Dit kan duiden op een later aangebracht profiel, nadat de tussenstijlen en korbelen zijn verwijderd. De jukbalken en vermoedelijk ook de jukstijlen zijn van vůůr 1740. De jukstijlen zijn in de buitenwanden weggetimmerd. In de tussenwand met de aanluif zijn de jukstijlen deels zichtbaar.
De binnendeurkozijnen en binnendeuren zijn uit verschillende periodes.

In het bakkerijgedeelte bevinden zich plafondbalken, jukbalken met een afmeting van 75x280 mm., vermoedelijk uit een latere periode dan de jukbalken in het woon/winkelgedeelte, met daarop direct het vloerhout. De binnenwanden zijn van staand schotwerk op enkelvoudige stijlen en regels. Het meest opvallend zijn de gemetselde oven en waterput. De gemetselde oven heeft wanden van rode stenen, minimaal 1 steens dik en is aan de binnenzijde gewelfvormig. Aan de voorzijde van de oven bevind zich de rookkap naar de schoorsteen op zolder. De oven uit rond 1876 is nog in originele staat en is tot 1953 in gebruik geweest. De waterput aan de achterzijde is gemetseld van gele stenen en is afgedekt met een houten deksel.

Op de zolder van het woongedeelte zijn slaapkamers gesitueerd. Duidelijk zichtbaar zijn oude pengaten in de spantbenen op 1445 mm. boven de zoldervloer. Deze pengaten met toognagels zijn de restanten van een hanebalk van een vliering. Het zou kunnen duiden op hergebruikte spantbenen gezien de hoogte van de pengaten boven de zoldervloer. De functie van een korbeel aan de onderzijde van de jukbalken is overgenomen door een smeedijzeren trekstang op de zoldervloer, vlak onder het wurmt.

De vliering van het woongedeelte is nog origineel. Opmerkelijk zijn oude loefinkepingen in de gordingen, in het midden tussen twee spanten in. Ook dit duidt op hergebruikt materiaal. De zolder en vliering van het bakkerijgedeelte is vermoedelijk uit een latere periode gezien de afmetingen van de spantbenen en hanenbalken.

De aanluif is uit een latere periode dan het woonhuisgedeelte. Deze is opgebouwd uit wandstijlen met bovenregel met daarop dakliggers en gordingen voor het lessenaarsdak.

De samenstellers van dit rapport adviseren het pand in aanmerking te laten komen voor een beschermde status.

Tot zover de "Bouwhistorische verkenning van Dorpsstraat 377 in Wormer".

De bewoners van de bakkerij

Zoals meestal bij dit soort panden moet het notarieel archief en het kadaster meer duidelijkheid geven over de historie van het pand en z'n bewoners. Een erfgenaam van de bakkersfamilie Woud, de heer Klerk Wolters heeft een studie gemaakt van de voormalige bakkerij en haar bewoners. Hieronder volgt in het kort zijn verhaal.

Uit de oudste kadastrale kaart van Wormer, uit 1817, blijkt er reeds een huis te staan op deze plek. Maar het zal er nog niet zo lang gestaan hebben. Uit notariŽle akten blijkt dat timmerman Jan Banning de bouwer is van het oorspronkelijke pand. Uit notariŽle akten uit 1813 en 1814 blijkt verder dat Jan Banning in die jaren nog in Edam woonde. Ook in de geboorteakte van zijn oudste dochter staat dat hij in Edam woonachtig was en dat was eind juni 1815. Vooralsnog kan men stellen dat het pand in of omstreeks 1816 gebouwd is.

De eerste bewoners waren dus de timmerman Jan Banning en zijn gezin. Jan Banning was een zoon van Pieter Banning, een koopman uit Wormer. Pieter Banning heeft een tijd het ambt van schepen in Wormer vervuld. Jan Banning was in 1810 op 24 jarige leeftijd in Wormer getrouwd met Geertrui Haver uit Beverwijk. Al in 1827 overleed Jan Banning op 41 jarige leeftijd. Hij heeft dus maar kort in z'n nieuwe huis gewoond. In 1828 hertrouwde Geertrui Haver met de 10 jaar jongere Hendrik Timmer. Timmer was verver van beroep en was afkomstig uit Koog aan de Zaan. Geertrui Haver is overleden in 1849 en 27 jaar later, in 1876, overleed Hendrik Timmer op 77 jarige leeftijd.

Tijdens een openbare verkoping in "Het Moriaanshoofd" kocht Willem Woud voor f 1625 het huis en erf. Willem Woud werd in 1851 geboren als zoon van Evert Woud en Trijntje de Neeff. Op 10 jarige leeftijd werd hij echter wees en werd hij verder opgevoed door zijn oom Klaas de Neeff, een bakker uit Zaandijk. In 1876 trouwde hij met Helena Abercrombie, een bakkersdochter uit Zaandijk. Het was dus niet zo vreemd dat Willen Woud zelf ook bakker werd en in 1877 een gedeelte van zijn pas gekochte huis liet verbouwen tot bakkerij. Willem Woud is overleden in 1905. Zijn vrouw Helena zette, samen met hun 20 jarige zoon Willem, vernoemd naar z'n vader, het bakkersbedrijf voort.

In 1911 trouwde Willem Woud jr. met Eefje Buurs uit Kwadijk. Samen met z'n vrouw Eefje zette Willem Woud jr. de bakkerij nog ruim 40 jaar voort. Op 12 september 1953 stopte hij met werken en werd het huis woonhuis. Zijn familie bleef tot december 2001 in het huis wonen. In juni 2002 is Helena Woud in Zaandam overleden. Zij was de laatste telg uit het bakkersgeslacht die in het pand gewoond heeft.

De restauratie in 2004/2005

Tijdens bouwhistorische verkenning was reeds geconstateerd dat het pand 40 cm omhoog gevijzeld zou moeten worden, waarbij de voeting weer zichtbaar zou worden. Verder bleek dat de jukken in de bakkerij door het gewicht van de oven op een aantal plaatsen zijn verzakt. Door een nieuwe fundering zouden de jukken weer recht te stellen zijn. Een ingrijpende restauratie betreft dus het herstel van de bestaande fundering. Er worden nieuwe houten heipalen met betonopzetters langs de zijgevels aangebracht. Op dit heiwerk komt een nieuwe betonfundering. Het gehele pand wordt 40 cm. opgevijzeld en wordt geplaatst op deze nieuwe fundering. Ook wordt de oven verankerd in deze nieuwe fundering.

De tekening van de begane grond van zowel de inmeting voor de bouwhistorische verkenning en plan voor de restauratie.
U kunt beide tekeningen aanklikken om ze te vergroten.
De waterput in de bakkerij
Het bankje in de winkel
Om het comfort van de woning te verbeteren worden de buitenwanden, de vloeren en het dak geÔsoleerd. Deze isolatielaag wordt bij de binnenwanden zodanig aangebracht dat de bestaande profielen en stijlen in de gevels zichtbaar blijven. Ook zullen er bij diverse gebintjukken de verdwenen korbelen weer teruggeplaatst worden.
De vloer van het bakkerijgedeelte is deels van hout, deels van betontegels die in het zand liggen. De vloeren in het gehele pand worden vervangen en worden tevens van isolatie voorzien. Op de nieuwe betonfundering worden nieuwe houten vloerbalken gelegd waarop de nieuwe houten vloer van brede houten delen wordt aangebracht.

De aanluif aan de linkerzijgevel wordt in zijn geheel opnieuw opgebouwd. De opbouw wordt gemaakt van zware grenen staanders en schuine liggers die met toognagels met elkaar verbonden worden. Deze aanluif wordt meer bij het woongedeelte betrokken. Tot nu toe was dit gedeelte van het pand in gebruik als garage, berging en er was zelfs een stal voor kleinvee. Het geheel wordt weer opgetrokken in een getrapte weeg met verschillende breedtes.

De indeling wordt op en aantal punten aangepast aan de veranderde eisen m.b.t. het gebruik van het pand. De diverse kleinere ruimtes in het bakkerijgedeelte worden samengevoegd tot een grotere leefruimte. De zeer beperkte keukenfaciliteiten worden vervangen door een moderne keukenopstelling in de aanluif. De waterput, de oven met z'n prachtige ijzeren ovendeur en de schoorsteen die bij die oven hoort, worden gerestaureerd en geheel in het nieuwe interieur geÔntegreerd.
De ingang via de voormalige winkel wordt verplaatst naar een nieuwe ingangspartij in de linkerzijgevel. Boven de 19e eeuwse voordeur komt een snijraam. De karakteristieke elementen in de winkel, zoals het bankje voor wachtende klanten, worden weer in de oude stijl gerestaureerd. De winkel wordt nu ingericht als studeerkamer.
De “voorkamer”, gescheiden van de “woonkamer” door een stel authentieke schuifdeuren blijft als aparte kamer in het woongedeelte bestaan. De schuifdeuren zullen worden gerestaureerd.

De achtergevel van het pand wordt aangepast aan de veranderde indeling van het pand. De kleine 4-ruits en 6-ruits raampartijen worden vervangen door grotere 6-ruits raampartijen in de stijl van de reeds bestaande raampartijen in de rechterzijgevel. Bovendien wordt er een dubbele deur in de achtergevel aangebracht. Ook boven deze dubbele deur komt een snijraam.

Een unieke bijkomstigheid bij dit prachtige pand is de grote tuin. Aan de oost- en west kant grenst deze tuin aan naastgelegen tuinen. Aan de noordkant grenst de tuin aan de weilanden en aan een sloot die direct toegang geeft tot het Zwet. Het achterste gedeelte van de tuin aan de westkant is bovendien extra breed. In het verleden is de totale kavel opgedeeld in drie kleinere kavels waarbij aan de wegzijde twee woningen zijn gebouwd. De tuinen achter deze woningen reiken echter maar tot halverwege de voormalige kavel. Daardoor is een grote tuin ontstaan voor dit pand. In deze tuin wordt nostalgische hooikapberg gebouwd als open tuinberging.

De tuin en het uitzicht op de weilanden en uiteindelijk op het Zwet verklaren waarom er gekozen wordt om de bewoning te richten op de achterzijde van het pand.

Ik ga er maar vanuit dat Gerrit van Assema z'n opmerking over de nieuwe plint en het behang wat ironisch bedoeld heeft. Vast staat dat na de restauratie door Somass, dit monument weer voor vele jaren het typische karakter van de lintbebouwing in dit deel van de Dorpsstraat in Wormer levendig zal houden.

Bronnen