Natte infrastructuur in 'la Douce France'

Au cœur de l'Arsenal Maritime de Rochefort

Le Chantier de l'Hermione

In de 18e eeuw gaf koning Lodewijk XIV zijn adviseur Jean-Baptiste Colbert opdracht om te zoeken naar een locatie aan de Atlantische kust waar een arsenaal kon worden ingericht. Colbert adviseerde om in Rochefort een groot scheepsbouwcentrum op te zetten. Ruim 15 km stroomopwaarts in de rivier Charente vond hij de ideale plek met de natuurlijke beveiliging tegen het gevaar van de Engelse vijand. Uiteindelijk zouden hier 300 zeilschepen per jaar gebouwd moeten worden.

Heel lang bleef Rochefort een garnizoensstad. Maar vanaf 1990 wordt het maritieme erfgoed steeds vaker ingezet voor het werven van toeristen. De Corderie Royale is op prachtige wijze gerestaureerd en het kleine intieme Musée de la Marine heeft een fraaie collectie scheepsmodellen. In een van de droogdokken wordt al een decennium lang gebouwd aan een replica van een fregat uit de achttiende eeuw. In Au c?ur de l'Arsenal Maritime de Rochefort wordt u rondgeleid in het maritieme verleden van deze vroegere marine basis.

Rochefort

Le Pont-Canal du Cacor

In het waterrijke Nederland met z'n vele kanalen en rivieren kennen we schitterende kunstwerken in de natte-infrastructuur. Sluizen, stuwen en bruggen zijn er in Nederland in diverse verschijningsvormen. Alles tussen moderne kunstwerken zoals de Erasmusbrug in Rotterdam en de eenvoudige poldersluis in de banne van Wormer, Jisp en Neck kunnen bewonderd worden. Maar door het betrekkelijk vlakke land ontbreekt het in Nederland aan een bijzonder kunstwerk in de natte infrastructuur: het aquaduct.

Op een aantal plaatsen wordt een kanaal of ringvaart in Nederland over de weg geleid. Eigenlijk is dat ook het geval met de tunnels onder de grote kanalen zoals onder het Noordzeekanaal of de Nieuwe Waterweg. Maar in Frankrijk wordt op verschillende plaatsen een waterweg over een andere waterweg geleid via een aquaduct.

In Le Pont-Canal du Cacor wordt een gaaf bewaard voorbeeld van een aquaduct in het Canal latéral à la Garonne beschreven. In het glooiende Zuid Franse land wordt daarbij een kanaal over de rivier de Tarn geleid.

Moissac

'Canal d'Ille-et-Rance' dwars door Bretagne

Bijna 85 km lang is het kanaal dat de Bretonse stad Rennes in noordelijke richting verbindt met St. Malo aan 'Het Kanaal'. Van de 48 sluizen in het Canal d'Ille-et-Rance is de sluistrap in Hédé een bijzonder industrieel monument. In totaal wordt in het kanaal een hoogte van ruim 65 m overwonnen.

Vanuit Rennes kan men via de gekanaliseerde Vilaine naar de Atlantische Oceaan varen. Bij Redon kruist men dan het Canal de Nantes à Brest. Dit stelsel van kanalen is in het begin van de negentiende eeuw aangelegd om het transport in Bretagne te verbeteren nadat de zeehavens door de Engelse geblokkeerd werden. Tegenwoordig heeft het kanaal nog uitsluitend een toeristische funktie.

In dit artikel worden een aantal monumenten in de infrastructuur beschreven. Tevens wordt er aandacht besteed aan een aantal opmerkelijke monumenten langs de oevers van dit kanaal.

Canal d'Ille-et-Rance

Kanalisatie van de Rhône

Ieder jaar rijden vele tienduizenden Nederlandse toeristen via de L'Autoroute du Soleil (A7/E15) naar het zonnige zuiden. Deze snelweg loopt vanaf Lyon door het dal van Rhône. In de stad Lyon loopt deze snelweg zelfs over de kade van deze rivier. Er zullen echter weinig toeristen zijn die zich realiseren dat ze, in hun haast naar de zon, rijden langs een groot aantal kunstwerken, veelal met een artistieke schoonheid die kenmerkend is voor de Franse architectuur, die zijn aangelegd voor het beteugelen van deze onvoorspelbare rivier.

In Kanalisatie van de Rhône worden een aantal van die opmerkelijke kunstwerken en hun directe omgeving beschreven. In het gekanaliseerde gedeelte van de Rhône tussen Lyon en Port St Louis du Rhône aan de Middellandse Zee zijn o.a. dertien sluizen en daarbij behorende stuwen gebouwd. Het verval in deze sluizen kan variëren van 6 tot 23 meter. Indrukwekkend is de sluis bij de hydro-elektrische centrale bij Bollène. Bij het binnenhoofd (dus achter de stuw) verdwijnt een schip door een opening onder in de stuw in een groot donker gat van de stijl oprijzende sluismuren van bijna 25 meter hoogte.

Zowel de pleziervaart als de beroepsvaart maken gebruik van deze gekanaliseerde rivier. Beroepsvaart kan niet verder dan Lyon, pleziervaart kan, via de Franse en Belgische of Duitse kanalen en rivieren doorvaren naar de Zaan.

Rhone
Samenstelling: Cees Kingma – April 2010
Beeldmateriaal: Archief Cees Kingma
Tenzij anders aangegeven.
Valid HTML 4.01 Transitional